De AOW-leeftijd tot en met 2031
De AOW-leeftijd wordt vijf jaar van tevoren vastgesteld. Voor deze jaren staat hij al vast:
- 2026 en 2027: 67 jaar
- 2028, 2029, 2030 en 2031: 67 jaar en 3 maanden
Ben je geboren tussen 1 maart 1957 en 31 december 1960? Dan krijg je AOW als je 67 wordt. Ben je geboren tussen 1 januari 1961 en 30 september 1964? Dan is je AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Voor wie op of na 1 oktober 1964 is geboren, ligt de AOW-leeftijd nog niet vast. Je precieze AOW-datum zie je met de AOW-leeftijdcheck van de SVB.
Hoe de AOW-leeftijd wordt bepaald
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting van 65-jarigen. Het CBS maakt daar elk jaar een nieuwe raming van. Leven we gemiddeld een jaar langer, dan gaat de AOW-leeftijd acht maanden omhoog. Dat gebeurt altijd in stappen van drie maanden. Stijgt de levensverwachting te weinig, dan blijft de AOW-leeftijd gelijk. Omlaag gaat hij volgens de huidige wet niet.
Is een AOW-leeftijd eenmaal vastgesteld, dan verandert die niet meer. De AOW-leeftijd voor 2032 wordt uiterlijk 1 januari 2027 bekend.
Geen snellere verhoging
Het kabinet was van plan de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller te laten stijgen: één jaar langer werken voor elk jaar dat we langer leven. Op 26 mei 2026 heeft het kabinet dat voorgenomen wetsvoorstel stopgezet. Voorlopig blijft de huidige regel van acht maanden per jaar dus gelden.
Zwaar beroep? Soms eerder stoppen
Werk je in de bouw en valt je werk onder de cao Bouw & Infra? Dan kun je via de Zwaarwerkregeling Bouw & Infra onder voorwaarden maximaal drie jaar eerder stoppen. Een van de voorwaarden is dat je in de laatste 25 jaar minimaal 20 jaar zwaar werk hebt gedaan. De uitkering is sinds 1 januari 2026 € 2.522,95 bruto per maand bij een fulltime dienstverband.
Ook in andere sectoren kunnen werkgevers een regeling voor vervroegde uittreding aanbieden. Sinds 2026 is daarvoor een vaste belastingregeling, maar alleen voor werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot hun AOW-leeftijd. Je stopt dan niet eerder dan drie jaar voor je AOW-leeftijd. Of dit voor jou geldt, hangt af van je cao of werkgever.
Hoeveel AOW krijg je?
De AOW-bedragen veranderen twee keer per jaar, op 1 januari en op 1 juli. Vanaf 1 juli 2026 krijg je als alleenstaande € 1.662,16 bruto per maand. Ben je getrouwd of woon je samen, dan is dat € 1.139,39 bruto per persoon per maand. Daarbovenop bouw je vakantiegeld op. De actuele bedragen staan op de website van de SVB.
AOW-leeftijd en je hypotheek
Je AOW-leeftijd speelt ook een rol als je een hypotheek afsluit of verhoogt. Bereik je binnen tien jaar na het afsluiten de AOW-leeftijd? Dan moet de geldverstrekker rekening houden met het inkomen dat je vanaf dan verwacht, dus je AOW en je pensioen. Omdat dat inkomen meestal lager is, kun je daardoor minder lenen dan je op basis van je huidige salaris zou verwachten. Wil je daarna in je huis blijven wonen of je overwaarde gebruiken? Lees dan ook ons artikel over de seniorenhypotheek.
Meer informatie
Heb je een vraag over dit artikel of wil je weten wat jouw AOW-leeftijd betekent voor je hypotheek? Bel of mail me gerust, of neem contact op. Ik help je graag verder.



